Hoogsensitief

Hoogsensitieve mensen zoeken graag verbinding, hebben vaak een totaal overzicht, zijn empathisch, zich meer bewust van het onbewuste, zoeken en creëren harmonie, zijn tolerant, houden van rechtvaardigheid en eerlijkheid, zijn zachtaardig, hulpvaardig, vriendelijk en gevoelig en kunnen makkelijk ‘out of the box’ denken. Ze hebben door het totaaloverzicht vaak eerder door dan anderen wat er gaat gebeuren, hebben een sterke verbeeldingskracht, zijn visueel ingericht, natuurgericht en houden meestal van dieren. Ook voelen ze zich vaak erg betrokken bij wat er in de wereld gebeurt, kunnen ze zich heel goed voorstellen hoe anderen zich voelen, pikken ze veel op van anderen en kunnen ze veel hebben.

  • Je kunt gevoelig zijn doordat je extra open bent voor zintuiglijke indrukken. Er komt dan veel informatie bij je binnen.
  • Je kunt een groot gevoel van rechtvaardigheid hebben, omdat je je houdt aan afspraken en je daarop instelt.
  • Je kunt gevoelig zijn voor sfeer en harmonie.
  • Gevoeligheid kan hem ook zitten in je oog en oor voor detail.
  • Je kunt een grote behoefte hebben om na te denken over gevoelens, gebeurtenissen en dagelijkse dingen.
  • Doordat gevoelige mensen meer en subtieler waarnemen, worden ze ook eerder emotioneel geraakt.
  • Wat anderen mensen een aangename hoeveelheid prikkels vinden, is voor een hooggevoelig mens vaak te veel van het goede (overprikkeling). Hierdoor hebben ze meer behoefte aan rust.

Eigenlijk hebben ze één ding altijd wel gemeen met elkaar: als je het woordje ‘te’ voor een kwaliteit zet, zien we de lastige kant van hoogsensitief zijn.

Twintig procent van de kinderen geeft blijk van een sensitieve beleving van de wereld waarin ze leven. Deze kinderen zijn sensitiever dan anderen: ze reageren vanuit hun gevoel op de gebeurtenissen. Ze zijn gevoelig voor geuren, kleuren, beelden, sfeer en sensaties in hun lichaam nemen ze versterkt waar. Hun zintuigen staan altijd op ‘scherp’.

Kinderen en pubers komen met de volgende vragen voor psychosociale ondersteuning:
-Angstig zijn (bijvoorbeeld voor het ondernemen van nieuwe dingen, veranderingen, geluiden)
-Sociaal angstig zijn
-Slaapproblemen
-Zich slecht kunnen concentreren
-Gedragsproblemen, zoals druk, moeilijk concentreren, vaak boos
-Piekeren
-Niet voor zichzelf op durven komen
-Onzeker zijn
-Niet weten hoe ze met hun gevoeligheid en de gevolgen ervan om moeten gaan
-Gepest worden
-Te gevoelig zijn voor wat anderen vinden

Kinderen kunnen door overprikkeling druk worden, boos en driftig worden, te opgewonden zijn, overstuur raken, gaan kibbelen, zich terugtrekken of zeuren.